De vijf ordeningswijzen

Aan de onderste punt van elke driehoek staat een klein teken. Het zegt niet wat het begrip is, maar hoe zijn drie delen geordend zijn — volgens welke vraag zij uit elkaar voortkomen.

Een voorwerp laat zich op meerdere wijzen ordenen, en elke stelt een andere vraag. Vijf keren steeds weer terug. Waar er twee tegelijk gelden, staan twee tekens naast elkaar; waar er geen staat, is de knoop een eindpunt of nog niet toegewezen.

De ontvouwing van het begrip

De vraag: hoe bepaalt het begrip zichzelf uit zichzelf?

Algemeen, bijzonder, enkel — niet drie dingen naast elkaar, maar drie momenten van hetzelfde. Het algemene wordt bepaald door het bijzondere, het bijzondere levend gemaakt door het enkele, het enkele begrijpelijk gemaakt door zijn terugkeer naar het algemene.

Het teken is de constructie van deze site zelf: een driehoek met een omgekeerde erin, waarvan de punten de middens van de zijden raken.

Soorten

De vraag: welke soorten zijn er?

De leden sluiten elkaar uit, samen dekken zij het voorwerp en zij trekken hun grenzen daar waar de zaak zelf verschillen maakt. Zij staan naast elkaar en komen niet uit elkaar voort — een hond is een soort zoogdier, geen stadium daarvan.

Drie gescheiden gestalten, zonder kader. De afstand draagt de betekenis.

Delen

De vraag: waaruit bestaat het?

Een geheel wordt ontleed. Een hart is een deel van de hond, maar geen hondensoort. Het aantal delen wordt door de zaak bepaald en kan willekeurig zijn.

Eén enkele gesloten gestalte, van binnen onderscheiden.

Betrekking

De vraag: waarmee hangt het samen?

Hier wordt niet ingedeeld en niet ontleed, maar verbonden. Een begrip spint draden naar andere gebieden, en het net is de ordening. Deze wijze verbindt wat in verschillende gebieden ligt — en hier zet de meest verbreide kritiek op het systematische denken aan.

Meerdere gestalten, door lijnen verbonden.

Proces

De vraag: wat beweegt, en waarnaar?

Niet elke opeenvolging is een proces. „Eerst zo, dan zo, dan zo" is nog geen ordening naar het proces — beslissend is dat de verandering zelf een vorm heeft. Een proces kan groeien, rijpen, terugkeren, omslaan of uiteenvallen.

Vandaar een gekromde baan en geen rechte pijl: een rechte pijl zegt „vooruitgang", bedoeld is „hier telt het verloop".

Wanneer twee tekens naast elkaar staan

De wereldgeschiedenis valt uiteen in het Oosten, de oudheid en de christelijke wereld. Zij draagt twee tekens, proces en soorten. Het verloop is het voortschrijden van één gedachte — één is vrij, enkelen zijn vrij, allen zijn vrij — en de drie rijken zijn dat waarin zij gestalte krijgt.

De kunst valt uiteen in het ideaal, de kunstvormen en de afzonderlijke kunsten. Ook hier twee tekens. Het ideaal is het begrip van de kunst, de kunstvormen zijn haar geschiedenis, de afzonderlijke kunsten zijn soorten: drie vragen over hetzelfde voorwerp, achter elkaar gezet, omdat een inhoudsopgave maar één reeks kent.

In het eerste geval grijpt het ene in het andere; in het tweede ligt het ene naast het andere.


De vijf wijzen worden uitgewerkt in Systematisches Denken van Kai Froeb — gratis te lezen:

reflexivitypress.com/en/books/froeb-systematisches-denken/